Het shot is (samen met de lay-up) de enige manier bij basketbal om een doelpunt te maken. In de lagere school is het aan te raden het setshot (shot zonder te springen) aan te leren, omdat een jumpshot (shot tijdens sprong) te moeilijk is op deze jonge leeftijd. Wees niet bang onmiddellijk over te schakelen naar de spelvormen, zodat de kinderen op een speelse manier leren gericht te doelen.
Bij het setshot wordt de bal voor de schouder van de shothand gewapend. De voet van de shothand staat licht voor de andere voet. De shotelleboog wordt samen met de rest van het lichaam uitgestrekt en vervolgens ook de onderarm en pols. Men brengt de bal opwaarts in een rechte lijn en op het hoogste punt werpt men doormiddel van een polsslag de bal richting het doel.
Het wordt aanbevolen het setshot pas aan te leren wanneer de kinderen krachtig genoeg zijn om deze beweging correct uit te voeren. Men moet namelijk met één hand werpen en dat is niet voor iedereen even makkelijk. Het is daarom bij het setshot belangrijk om voor iedereen op verschillend niveau te differentiëren.

